Spring naar de tekst Spring naar de hoofdnavigatie

Promovendi

Preventie van Kindermishandeling: Annemieke Konijnendijk (UT)
Postpartum Depressie: Angarath van der Zee – van den Berg (UT/GGD)

Preventie van Kindermishandeling: Annemieke Konijnendijk (UT)
Promovendus ‘Secundaire preventie van kindermishandeling’.

In 2008 ben ik afgestudeerd als gedragswetenschapper aan de Universiteit Twente in de richting van veiligheid en gezondheid. Tussen 2009 en 2011 heb ik gewerkt bij GGZ-instelling Dimence als stafmedewerker op de afdeling Onderzoek en Innovatie, waar ik mij voornamelijk bezighield met projecten gericht op innovatie van zorg. Sinds april 2011 ben ik verbonden aan de AWJTwente als promovendus binnen het project ‘Verbetering van secundaire preventie van kindermishandeling in de regio Twente’. Bij de Universiteit Twente ben ik verbonden aan de vakgroepen Bestuurskunde en Health Technology and Services Research. Tussen april 2011 en april 2015 werkte ik daarnaast één dag er week bij de afdeling jeugdgezondheidszorg van GGD Twente, waar ik taken uitvoerde die nauw aansloten bij de activiteiten van het promotieonderzoek.


GGD_Angarath_vdZee_okt_11Postpartum Depressie: Angarath van der Zee – van den Berg

Vanaf oktober 2011 is Angarath verbonden aan de Academische Werkplaats Jeugd Twente als onderzoeker voor het project ‘Screening op Postpartum Depressie’.  De aanstelling betreft een dubbelaanstelling, ik ben zowel werkzaam bij de Universiteit Twente, vakgroep Health Technology and Services Research (HTSR), als bij de GGD Twente, afdeling jeugdgezondheidszorg.


In de eerste jaren na mijn studie geneeskunde heb ik gewerkt als consultatiebureauarts (Thuiszorg Groningen) en agnio psychiatrie (Adhesie Deventer). Vanaf 2004 ben ik werkzaam als jeugdarts 4-19 bij de GGD Regio Twente. Samen met een doktersassistente en jeugdverpleegkundige droeg ik de afgelopen jaren zorg voor de preventieve gezondheidsonderzoeken van de kinderen op de reguliere basisscholen en het voortgezet onderwijs in Hengelo (regio zuid).  Daarnaast was ik jeugdarts voor speciaal onderwijs, nam ik deel aan diverse netwerken gericht op het afstemmen van zorg voor de leerlingen en gezinnen, en maakte ik binnen de GGD deel uit van werkgroepen gericht op kwaliteitsverbetering en herorganisatie. In 2008 heb ik de opleiding arts maatschappij en gezondheid, profiel jeugdgezondheidszorg afgerond.

Sinds mijn nieuwe functie als onderzoeker bij de Universiteit Twente ben ik vooral werkzaam op de speciaal onderwijs scholen cluster vier in Hengelo.

Binnen het project zal onderzoek worden gedaan naar de effectiviteit van screening op postpartum depressie. In de regio Twente maakt men vanaf 2008 gebruik van een screening op postpartum depressie op de consultatiebureaus.
Dit project richt zich op de effectiviteit van deze werkwijze en de benodigde samenwerking tussen de jeugdgezondheidszorg en andere ketenpartners zoals huisarts en GGZ.
Daarnaast zal de tevredenheid (van zowel ouders als professionals) over de screening en het vervolgtraject  onderzocht worden. Ook zal een kosteneffectiviteitsstudie worden uitgevoerd.
Doelstelling is om de opbrengst van de screening te meten en te optimaliseren. 
De subdoelen liggen op verschillende vlakken:

  • zo groot mogelijke deelname aan de screening
  • een vroege opsporing
  • betere toeleiding naar zorg voor moeder en kind
  • het terugbrengen van het aantal kinderen met een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling als gevolg van een postpartum depressie bij de moeder

Vanuit mijn dubbelfunctie wil ik nadrukkelijk de link waarborgen tussen de wetenschap en de praktijk, zodat het onderzoek daadwerkelijk bij zal dragen aan versterking van zorg voor kwetsbare kinderen.

 

Versterken van zorg voor kinderen in armoede

In het project “Versterken van zorg voor kinderen in armoede’ onderzoeken we hoe de gezondheid en het welzijn van kinderen in armoede versterkt kan worden, uitgaande van de Eigen Kracht principes en het concept Positieve Gezondheid. Geheel in lijn met de doelstelling van de Academische Werkplaats worden de resultaten uit de praktijk gekoppeld aan de ontwikkeling van beleid, en vloeien de resultaten ook weer terug in het onderwijs.